Register Registreren

Vergaande vergewisplicht werkgever bij ‘verpayrolling’ van een werknemer

Op 25 maart jl. heeft het Hof Arnhem-Leeuwarden een arrest gewezen over payrolling, waarin een vergaande onderzoeksplicht voor de werkgever werd aangenomen in geval van het onderbrengen van personeel bij een payrollbedrijf.[1]

In deze zaak ging het om een werknemer die sinds 2006 werkzaam was bij de werkgever en waarbij de werkgever haar personeel, waaronder werknemer, had ondergebracht bij een payrollbedrijf A. Vervolgens heeft de werkgever in mei 2011 de werknemer bij een ander payrollbedrijf ondergebracht, payrollbedrijf B. De werknemer heeft daartoe een overeenkomst ontvangen dat zij per 1 mei 2011 bij payrollbedrijf B in dienst zou zijn.

In februari 2013 hebben de werkgever en payrollbedrijf B in een bijeenkomst, waarbij de werknemer ook aanwezig was, het personeel gevraagd loon in te leveren omdat de werkgever de loonkosten niet meer kon dragen. Het personeel is met deze loonsverlaging niet akkoord gegaan. Vervolgens is de werknemer in september 2013 uitgenodigd voor een gesprek, waarbij zowel de werkgever als payrollbedrijf B aanwezig waren. In dat gesprek is aan de werknemer een beëindigingsovereenkomst ter ondertekening voorgelegd met als verklaring dat ‘de koek op was’. De werknemer is niet akkoord gegaan met beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Een week later is aan werknemer medegedeeld dat de opdracht aan payrollbedrijf B door werkgever was beëindigd, en dat zij om die reden niet meer bij de werkgever tewerk zou worden gesteld maar vervangende opdrachten zou krijgen. Werknemer heeft zich daarop ziek gemeld en heeft sindsdien op basis van de ABU-cao 91% van haar laatstverdiende salaris ontvangen. Werknemer heeft een vordering tot wedertewerkstelling ingesteld en doorbetaling van loon.

Het Hof geeft bij de beoordeling op voorhand aan dat het feit dat partijen er vanuit gaan dat sprake is van een arbeidsovereenkomst tussen werknemer en payrollbedrijf B, betekent dat de arbeidsovereenkomst die werknemer en werkgever in 2006 gesloten hadden met wederzijds goedvinden is beëindigd. Het Hof wijst erop dat het inmiddels vaste rechtspraak is dat een werknemer alleen dan aan de beëindiging van het dienstverband met wederzijds goedvinden kan worden gehouden, indien sprake is van een ondubbelzinnige verklaring gericht op het einde van het dienstverband, waaruit blijkt werknemer zich bewust is geweest van de verstrekkende gevolgen van beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Op basis van deze vaste rechtspraak heeft een werkgever hierbij een vergaande onderzoeksplicht op basis waarvan een werkgever gehouden is na te gaan of werknemer de consequenties overziet van het instemmen met het einde van de arbeidsovereenkomst.

Volgens het Hof is deze vaste rechtspraak ook van toepassing bij ‘verpayrolling’ van werknemers, omdat werknemers, indien zij door hun werkgever worden overgedragen aan een payrollbedrijf en daarmee een arbeidsovereenkomst aangaan, instemmen met het einde van de arbeidsovereenkomst. Dit klemt volgens het Hof temeer nu de ‘verpayrolling’ van werknemers vaak ook een wijziging in de arbeidsvoorwaarden meebrengt en de opgebouwde rechten bij de werkgever zoals bijvoorbeeld anciënniteit, niet worden meegenomen bij het dienstverband van het payrollbedrijf.

In dit geval is het Hof van oordeel dat werknemer op geen enkele wijze ondubbelzinnig heeft verklaard dat zij de wil had het dienstverband met werkgever te beëindigen. Ook heeft de werkgever niet voldaan aan de onderzoeksplicht die op haar rustte bij het overgaan van het dienstverband van werkgever aan payrollbedrijf B. Dit heeft volgens het Hof tot gevolg dat de arbeidsovereenkomst tussen werkgever en werknemer nimmer is geëindigd, waardoor nog steeds sprake is van een arbeidsovereenkomst en de vordering van werknemer tot wedertewerkstelling voor toewijzing gereed ligt. Het feit dat werknemer en payrollbedrijf B met elkaar een arbeidsovereenkomst hebben gesloten maakt dat volgens het Hof niet anders. Aan deze overeenkomst komt geen rechtskracht toe.

Deze uitspraak laat zien dat oplettendheid geboden is bij ‘verpayrolling’ van personeel. Een werkgever heeft een vergaande onderzoeksplicht en op haar rust de verplichting de werknemer op de consequenties van het beëindigen van de arbeidsovereenkomst met werkgever en het aangaan van een arbeidsovereenkomst met de het payrollbedrijf te wijzen.

[1] ECLI:NL:GHARL:2014:2340.

Speak Your Mind

Ads by Google
x