Register
  • Registreren

  • Rechtspraak

    LJN: BX1574, Rechtbank Arnhem, 824112

    • juli 16, 2012
    • juli 16, 2012
    • Handelszaak 
    • Eerste aanleg - enkelvoudig
    • Het moet voor iedere werknemer duidelijk zijn dat het niet is toegestaan om privébestellingen te doen, waarbij de kosten ervan voor rekening van de werkgever en/of haar klanten komen of niet op een transparante manier worden afgewikkeld. Dit volgt (onder meer) uit de eisen van goed werknemerschap (art. 7:611 Burgerlijk Wetboek). Werknemer heeft in strijd met deze norm gehandeld. Daarom nietigheid van het ontslag op staande voet niet gehonoreerd in kort geding en ontbinding van de arbeidsovereenkomst op grond van een dringende reden, voor zover vereist.

    • vakantie, schorsing, ontslag, arbeidsovereenkomst, ontbinding, opzegverbod, goed werknemerschap, directeur


    Uispraak Anoniem:

    beschikking


    RECHTBANK ARNHEM

    burgerlijk recht, sector kanton

    Locatie Nijmegen

    zaakgegevens 824112 \ HA VERZ 12-1174 \ jt
    uitspraak van 16 juli 2012

    beschikking

    in de zaak van

    de besloten v[verzoekster]otschap [verzoekster]
    gevestigd te [adres]
    verzoekende partij
    gemachtigden mr. J. Nigten en mr. B.D. Nollen

    tegen

    [verwe[verweerder]
    wonende te [woonplaats]
    verwerende partij
    gemachtigde mr. M.T.A. Lamers


    Partijen worden hierna [verzoekster] en [verweerder] genoemd.

    1. De procedure

    1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit:
    - het verzoekschrift met producties
    - het verweerschrift met producties
    - de aantekeningen van de griffier van de mondelinge behandeling van 10 juli 2012 mede inhoudende de pleitnotities van de beide gemachtigden.

    1.2 De mondelinge behandeling heeft tegelijkertijd plaatsgevonden met de zitting in het
    kort geding van [verweerder] tegen [verzoekster] (zaakgegevens 826555/12-10106). De stukken van het
    kort geding worden ook geacht in deze procedure te zijn overgelegd.
    2. De feiten

    2.1 [verweerder], geboren op [geboortedatum] en thans dus 36 jaar oud, is op 1 september 1991 bij [verzoekster] in dienst getreden. [verzoekster] is een bedrijf dat gespecialiseerd is in de vervaar-diging van transformatoren. [verweerder] vervulde laatstelijk de functie van kwaliteitscontroleur
    op de afdeling Voormontage en verdiende een salaris van € 3.350,08 bruto exclusief 8% vakantietoeslag.
    2.2 De functie van [verweerder] houdt onder meer in dat hij dat hij staal en andere producten bestelt bij Novi Ferromont d.o.o. te Kroatië (hierna: Novi). Zijn contactpersoon aldaar is [betrokk[betrokkene 1] (hierna: [betrokkene 1]), sales director/manager bij Novi.
    Voor zijn collega kwaliteitscontroleur [medewerker 1] [medewerker 1] (hierna: [verzoeks[medewerker 1]) geldt hetzelfde.
    [medewe[medewerker 2] (hierna: [medewerker 2]) is de leidinggevende van [verweerder] en [verzoeks[medewerker 1].

    2.3 [verweerder] heeft per e-mailbericht van 7 januari 2010, met afschrift aan [medewerker 2], het volgende aan [betro[betrokkene 1] meegedeeld:
    “(…)
    Mladen I have a question for you. (privately)
    Can you make for me 10 mangers for pigs (maybe he wants more)
    This is for a good friend of my and he have his own farm.
    The material is stainless 2 mm.
    Please let me now if you make it, and what are the cost?”

    2.4 [verweerder] heeft per e-mailbericht van 7 juni 2011, met afschrift aan [medewerker 2], het volgende aan [betro[betrokkene 1] meegedeeld:
    “Here is the mail for 2 terrace heathers.
    We need 2 terrace heather for 2 colleges op us. See attachtment for a picture of the terrace heather we would have.
    When you make them as the picture, please do not bend it, but do it then with a rolling machine.
    When you have a other idée, please let me know, also when you have other questions.
    Please can you also divide the costs over some projects.”
    2.5 [verweerder] heeft per e-mailbericht van 25 augustus 2011 het volgende aan [betro[betrokkene 1] meegedeeld:
    “I need 4 plates for a college of my and they are privately.
    The measure of the plates art 300 x 500 x 15.
    The plates must be only blasted.
    Could you make them for us and can you tell me when they are coming than.
    You can Put the cost of the plates on some orders.”

    2.6 [verweerder] heeft per e-mailbericht van 5 september 2011 het volgende aan [betro[betrokkene 1] meegedeeld:
    “Can you make af nameplate for me, it is for a college of me for at the front door at home. (see attachtment)
    Please let me know if you can make it, and so yes can give it to [medewerker 1] (dit is [verzoeks[medewerker 1], kantonrechter)?
    The cost can you put on some orders.”

    2.7 De bestelde voederbakken en naamplaat zijn geleverd door Novi. De bestelling van de terrashaarden en de vier staalplaten zijn door [verweerder] geannuleerd.

    2.8 Naar aanleiding van een anonieme brief d.d. 18 januari 2012 aan [verzoekster] inzake onregelmatigheden door [medewerker 2] h[firma]rzoekster] door [firma] (hierna: [firma]) een onderzoek laten instellen.

    2.9 [medewerker 2] is op 17 april 2012 verhoord door [firma].

    2.10 J. [medewerker 3], manager human resources bij [verzoekster] (hierna: [medewerker 3]), namens [verzoekster] heeft [verweerder] in een gesprek op 18 april 2012 geschorst. [medewerker 3] schrijft bij brief van dezelfde datum hierover aan [verweerder] het volgende, voor zover hier van belang:
    “(…)
    Gezien de vermoedens die er bestaan dat er onregelmatigheiden plaat[verzoekster]den bij [verzoekster] hebben wij een onderzoek ingesteld. In ons gesprek hebben wij u meegedeeld dat, nu u naar alle waarschijnlijkheid betrokken bent bij de vermeende onregelmatigheden, wij ons genoodzaakt hebben gezien u hangende de afronding van dit onderzoek per direct te schorsen.

    U dient zich tijdens de periode van schorsing beschikbaar te houden voor het beantwoorden van vragen. (…)

    Wij zullen u op korte termijn informeren over de vervolgstappen. Wij behouden ons het recht voor om u op staande voet te ontslaan.”

    2.11 [verweerder] is op 23 april 2012 verhoord door [firma].
    2.12 [medewerker 3] namens [verzoekster] heeft [verweerder] in een gesprek op 1 mei 2012 op staande voet ontslagen. [medewerker 3] schrijft bij brief van 2 mei 2012 aan [verweerder] het volgende, voor zover hier van belang:
    “Middels deze brief bevestigen wij het gesprek dat op 1 mei 2012 met u door mij is gevoerd in het bijzijn van onze raadslieden. In dat gesprek heb ik met u de resultaten van het interne onderzoek dat is uitgevoerd naar privébestellingen die zijn gedaan bij onze leverancier Novi, en uw betrokkenheid daarbij, besproken. In het onderzoek is vast komen te staan dat door u diverse privébestellingen zijn gedaan bij Novi voor u zelf en anderen in strijd met de bij u bekende algemene gedragsrichtlijnen van [verzoekster] alsmede de in onze brief d.d. 12 februari 2008 opgenomen richtlijnen, welke brief op 9 april 2008 door u is ondertekend. Daarnaast is vast komen te staan dat er in privé bestelde goederen op uw verzoek, althans met uw medeweten, zijn doorbelast op niet-gerelateerde orders van [verzoekster]. Uw stelling dat een en ander zou zijn geschied op instructie van uw leidinggevende doet aan de kwalijkheid van een en ander niet af.
    Zoals ik u tijdens onze bespreking heb meegedeeld, zijn deze gedragingen voor ons onacceptabel, en vormen zij op zichzelf alsmede in onderlinge samenhang reden om uw dienstverband met onmiddellijke ingang, per 1 mei 2012, te beëindigen.
    (…)”
    2.13 [verzoeks[medewerker 1] en [medewerker 2] zijn ook op staande voet ontslagen wegens privébestellingen.
    3. Het verzoek en het verweer

    3.1 [verzoekster] verzoek de arbeidsovereenkomst met [verweerder] voor zover deze nog bestaat en daarom voor zover vereist te ontbinden, met veroordeling van [verweerder] in de kosten van deze procedure.

    3.2 [verzoekster] voert daartoe, kort samengevat, het volgende aan.
    [verweerder] heeft privébestellingen bij Novi gedaan en hij heeft Novi daarbij verzocht om de kosten van die bestellingen te laten bijschrijven op orders van [verzoekster] en haar klanten. Dit is in strijd met de anti-corruptierichtlijn, die door [verweerder] is ondertekend, maar ook met de ongeschreven regel dat men geen privébestellingen bij leveranciers van [verzoekster] mag doen zonder toestemming van [verzoekster]. Nog ongeacht of [verweerder] in privé mocht bestellen, klopt de financiële afwikkeling van geen kanten. Het feit dat [verweerder] willens en wetens een leverancier verzoekt om kosten bij te schrijven op orders van [verzoekster], waardoor [verzoekster] of zelfs haar klanten voor de bestelde zaken zouden hebben moeten betalen, kan niet door de beugel. Deze handelwijze van [verweerder] is onaanvaardbaar. Het vertrouwen van [verzoekster] in [verweerder] is hierdoor onherstelbaar beschadigd, zodat terugkeer binnen haar organisatie niet mogelijk is. Voor zover het ontslag op staande voet geen stand houdt, heeft [verzoekster] belang bij ontbinding van de arbeidsovereenkomst met [verweerder] op zo kort mogelijke termijn. Nu de reden voor beëindiging geheel aan [verweerder] is te wijten, is naar de mening van [verzoekster] geen plaats voor toekenning van een vergoeding.

    3.3 [verweerder] voert gemotiveerd verweer. Hij concludeert primair tot afwijzing van het verzoek en subsidiair verzoekt hij, in geval van toewijzing van het verzoek, om toekenning van een vergoeding van € 84.000,- bruto, waarbij factor C = 2.
    4. De beoordeling

    4.1 Niet gesteld of gebleken is dat het verzoek verband houdt met enig opzegverbod.

    4.2 De kantonrechter stelt bij de beoordeling van deze zaak het volgende voorop. [verzoekster] heeft geen reglement overgelegd, waarin is bepaald dat het binnen [verzoekster] niet is toegestaan om zonder toestemming bij leveranciers privébestellingen te doen. Anders dan zij meent, volgt die regel niet uit de anti-corruptierichtlijn en/of de procedureregels voor het meenemen van overtollige machines, gereedschappen, inventaris en overige materialen. Maar dat staat er niet aan in de weg dat het voor iedere werknemer van [verzoekster] duidelijk moet zijn dat het niet is toegestaan om privébestellingen te doen, waarbij de kosten ervan voor rekening van [verzoekster] en/of haar klanten komen of niet op een transparante manier worden afgewikkeld. Dit volgt (onder meer) uit de eisen van goed werknemerschap (art. 7:611 Burgerlijk Wetboek).

    4.3 Uit de e-mailberichten weergegeven onder 2.3 tot en met 2.6 volgt dat [verweerder] vier privébestellingen heeft gedaan bij Novi, waarbij hij driemaal heeft verzocht de kosten te boeken op orders van [verzoekster] aan Novi.
    [verweerder] werpt op dat dit een bestendige praktijk is binnen [verzoekster]. Dit is echter niet aannemelijk geworden. De tijdens de mondelinge behandeling gegeven voorbeelden, betreffen geen voorbeelden van privébestellingen. Het gaat om bestellingen van damwanden en kleinere staalplaten voor eigen gebruik door [verzoekster]. Dat volgens [verweerder] [verzoekster] de kosten van deze orders ook heeft “wegboekt” op andere orders, is ook niet vergelijkbaar. [verweerder] merkt hierbij namelijk terecht op dat deze kosten niet ten laste komen van de klanten van [verzoekster], maar ten laste van haar winst.
    Ook de twee cadeaus voor vertrekkende directeuren, gemaakt uit staalplaten besteld bij Novi, zijn geen voorbeelden van een bestendige praktijk, zoals [verweerder] meent. Deze bestellingen zijn gedaan door of namens het (hogere) management voor de vervaardiging van afscheidscadeaus van [verzoekster] aan de vertrekkende directeuren. Het zijn dus geen privébestellingen. De kosten van deze bestellingen zijn kennelijk op dezelfde wijze afgewikkeld als de hiervoor genoemde damwanden en kleinere staalplaten, waardoor die kosten ten laste komen van [verzoekster].

    4.4 [verweerder] werpt verder het volgende op: “De opmerking die vrijwel standaard onder de mails van [verweerder] staat dat de kosten over some orders kunnen worden weggeschreven is meer bedoeld als standaardopmerking en gedaan in de haast van alledag”. Dit verweer wordt gepasseerd.
    [verweerder] heeft, naar aanleiding van vragen van de kantonrechter tijdens de zitting, namelijk niet kunnen verklaren waarom deze “standaardopmerking” dan niet in de onder 2.3 genoemde e-mail is geplaatst. Daarbij komt dat [verweerder] geen e-mails van hem aan Novi met zakelijke bestellingen namens [verzoekster] heeft overgelegd, waarin deze “standaardopmerking” voorkomt. Hij heeft ook niet gesteld dat dergelijke e-mails bestaan en verzocht aan [verzoekster] om deze e-mails in het geding te brengen. Dat deze opmerking standaard is, is dan ook niet aannemelijk geworden. Een en ander duidt er veeleer op dat de “standaardopmerking” bewust is geplaatst. Bovendien heeft [verweerder] niet verklaard dat hij of zijn betrokken collega de geleverde naamplaat, ondanks de “standaardopmerking” in de e-mail onder 2.6, privé heeft betaald aan Novi.
    Mede gelet op het bovenstaande, acht de kantonrechter niet aannemlijk dat [verweerder] of zijn betrokken collega’s de bestellingen genoemd in de e-mails onder 2.4 en 2.5, ondanks de geplaatste “standaardopmerking”, privé afgerekend zou(den) hebben met Novi indien de bestelde terrashaarden en vier staalplaten geleverd zouden zijn.

    4.5 [verweerder] beroept zich er voorts op dat hij maar één privébestellingen bij Novi heeft gedaan, namelijk de bestelling van de voederbakken in de e-mail onder 2.3. Hij stelt dat hij de geleverde voederbakken, die € 150,- kostten, heeft voldaan doordat hij € 150,- heeft meegegeven aan [verzoeks[medewerker 1], die dat bedrag heeft afgegeven aan [betro[betrokkene 1] bij een bezoek aan Novi in Kroatië. [verzoekster] betwist dat [verweerder] de voederbakken heeft betaald aan Novi.
    De kantonrechter overweegt hierover als volgt. De betaling door [verweerder] van de door Novi geleverde voederbakken is niet vast komen te staan. [verweerder] heeft de betaling niet laten verzorgen door [verzoekster]. Hij kan ook geen bewijsstuk overleggen, zoals een kwitantie, dat [betro[betrokkene 1] namens Novi die € 150,- in ontvangst heeft genomen. Bovendien, veronder-stellenderwijs ervan uitgaande dat zijn lezing klopt, wil dat nog niet zeggen dat Novi het bedrag heeft ontvangen. In de als productie 13 bij het verzoekschrift overgelegde e-mail van 3 mei 2012 bericht Novi aan [verzoekster]: “Hierbij bevestig ik dat ik op de boekhoudafdeling (kas) geen schriftelijke bewijs heb gevonden van welke aard dan ook met betrekking tot eventuele betalingen van heren die werkzaam zijn in het bedrijf van [verzoekster].” Door zijn niet-transparante manier van afwikkelen heeft [verweerder] het risico genomen dat zijn betaling niet bij Novi terecht zou komen, welk risico zich kennelijk heeft verwezenlijkt.
    [verweerder] gaat overigens in zijn verweer van een verkeerde veronderstelling uit. Er is ook sprake van privébestellingen indien hij privébestellingen doet op verzoek van (een) collega(‘s). Dit is het geval met de bestellingen in de e-mails onder 2.4, 2.5 en 2.6. Dat hij de e-mail onder 2.4 ook aan [medewerker 2] heeft gezonden, maakt dat niet anders.

    4.6 De kantonrechter komt op grond van het voorgaande tot de volgende conclusie.
    [verweerder] heeft vier privébestellingen gedaan bij Novi. Hij heeft bij de bestelling van de terrashaarden, stalen platen en naamplaat vermeld dat [betro[betrokkene 1] de kosten kon “wegschrijven” op andere orders van [verzoekster] aan Novi. De bestelde voederbakken en naamplaat zijn geleverd door Novi. Aannemelijk is dat de kosten van de naamplaat ten laste zijn gekomen van [verzoekster] en/of haar klanten. Aannemelijk is ook dat de kosten van de terrashaarden en de stalen platen, indien die geleverd zouden zijn, niet privé door hem of zijn betrokken collega’s zouden zijn betaald, maar de kosten ervan ook ten laste van [verzoekster] en/of haar klanten zouden zijn gekomen. Ervan uitgaande dat de kosten van de door Novi aan [verweerder] geleverde voederbakken niet ten laste van [verzoekster] en/of haar klanten zijn gekomen, is aannemelijk, gezien productie 13 bij verzoekschrift, dat die ten laste van Novi zijn gekomen. Doordat [verweerder] zijn privébestellingen van de voederbakken niet transparant heeft afgewikkeld, bijvoorbeeld door betaling te laten verzorgen door [verzoekster], heeft hij als werknemer van [verzoekster] de reputatie van [verzoekster] bij Novi geschaad, althans kunnen schaden.
    Een en ander, in onderling verband en samenhang beschouwd, levert een dringende reden om [verweerder] op staande voet te ontslaan. Dat [medewerker 2], zijn leidinggevende, van de privé-bestellingen door [verweerder] en het “wegschrijven” van de kosten ervan wist, zoals onder meer volgt uit de in de afschrift aan [medewerker 2] toegezonden e-mails onder 2.3 en 2.4, leidt niet tot een ander oordeel. Van [verweerder] als goed werknemer mag in redelijkheid worden verwacht dat hij niet aldus handelt, ook niet indien zijn leidinggevende hiermee instemt, althans hiervan weet heeft. [verweerder] heeft overigens geen persoonlijke omstandigheden aangevoerd, die er toe zouden kunnen leiden dat ondanks hetgeen hiervoor is overwogen geen sprake is van een dringende reden.

    4.7 De slotsom is dat het verzoek op grond van een dringende reden wordt toegewezen. Dit brengt met zich dat geen plaats is voor toekenning van een vergoeding naar billijkheid.
    4.8 [verweerder] wordt als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten veroordeeld.

    5. De beslissing

    De kantonrechter

    ontbindt, voor zover vereist, de arbeidsovereenkomst met ingang van 16 juli 2012,

    veroordeelt [verweerder] in de proceskosten, tot deze uitspraak aan de kant van [verzoekster] begroot op
    € 109,00 aan griffierecht en € 500,00 aan salaris voor de gemachtigde.


    Deze beschikking is gegeven door de kantonrechter mr. J.W.M. Tromp en in het openbaar uitgesproken op 16 juli 2012.




    Reacties

      Geen reacties.

    U dient ingelogd te zijn, om te kunnen reageren. Gelieve op de log in knop hierboven te klikken of te registreren.
    Ads by Google
    x